Toen de ark van Noach op de berg Ararat was vastgelopen mochten de dieren uit de Ark. Noach vroeg aan elk van de dieren waar ze naar toe gingen.
Als eerste kwam Noach bij de kameel...
Noach: "Zeg kameel, waar ga jij eigenlijk naar toe?"
Kameel: "Ik ga naar Egypte."
Noach: "Naar Egypte? Maar waarom dan?"
Kameel: "Mijn vader kon goed tegen de droogte, ik kan goed tegen de droogte en mijn kinderen zullen ook wel goed tegen de droogte kunnen."
Noach: "Nou dan heb je de juiste keuze gemaakt. En jij geit waar ga jij naar toe?"
Geit: "Ik ga naar Zwitserland."
Noach: "Naar Zwitserland? Wat moet je in dat koude, bergachtige land?"
Geit: "Mijn vader kon goed klimmen, ik kan goed klimmen en mijn kinderen zullen ook goed kunnen klimmen."
Noach: "Dan spreekt het voor zich dat je naar Zwitserland gaat. En jij Nijlpaard waar ga jij heen?"
Nijlpaard: "Ik ga naar Nederland!"
Noach: "Naar Nederland, wat moet jij nou in dat kikkerlandje?"
Nijlpaard: "Mijn vader had een grote bek, ik heb een grote bek en mijn kinderen zullen ook een grote bek hebben!"
Geef uw score: